Vier dagen Tibet – moe maar heel voldaan

Geplaatst door op 10 juni 2013

BvdA 2013 Tibet (3-4) lr 260Het Tibetweekend in de abdij (6-9 juni) was een voltreffer. Meer dan 1.400 bezoekers  kwamen die dagen kijken en luisteren, namen deel aan de vele activiteiten die onze Buren Greet en Majo samen met enkele bevriende verenigingen hadden georganiseerd. Moe maar voldaan, het was opnieuw een activiteit die een heel verscheiden en grotendeels nieuw publiek naar de abdij bracht, die de diversiteit in onze maatschappij terug dik in de verf zette, die culturen en mensen met elkaar in aanraking bracht, en last but not least in deze kwakkellente, het was zalig genieten van de zon in de abdijtuin. Dergelijke evenementen vragen veel van onze vrijwilligers, waarvoor nogmaals heel veel dank en waardering, maar zijn ‘het zout op de patatten’, maken van de abdij en de Buren dat heel speciale dat het zo de moeite waard maakt.
Foto’s van die vierdaagse vind je voorlopig op onze Facebookpagina, een hele reeks filmpjes op YouTube vind je door op de volgende links te klikken: het gesprek met de monnik in de Herberg (4 fragmenten) en het maken van de mandala (2 fragmenten) op de pagina van Pierre en  sfeerbeelden (4 fragmenten) op de pagina van Majo. Kersen op de taart zijn een artikel met fotoreeks uit de Gentenaar, een vermelding op AVS (link volgt later) en op GentBlogt. We vullen de reeks later aan op onze perspagina.


From Tibetweekend 2013 (1), posted by Buren van de Abdij on 6/07/2013 (Showing 12 of 29 items)

Generated by Facebook Photo Fetcher 2


1 reactie op Vier dagen Tibet – moe maar heel voldaan

  • Andreas Danekes zegt:

    Een impressie: zeven geelmuts-monniken in de ruïne van een Benedictijner abdij.

    Zeven monniken van de Tibetaanse Gheloegpa-sekte van de Geelmutsen waren naar Gent gereisd om in de vroegere refter van de ruïne van de Sint-Baafsabdij hun mandala-ritueel uit te voeren. Gedurende enkele dagen lieten ze uren lang gekleurd zand uit zilveren puntpijpjes tot een grote cirkel van kleinere cirkels en spiralen en andere tibetaanse arabesken vloeien. Als ze geen gebeden mummelden hoorde je alleen een schrapend geluid langs de ribbeltjes van de zandpijpjes, met nu en dan de heldere klank van hun koperen bellen met het handvat dat een donderslag voorstelt. Stel je voor dat dansende derwischen de Paus en zijn curie uit Vaticaanstad in Rome verdrijven. Zo hebben in 1959 Mao’s soldaten de Dalaï Lama uit zijn heiligdom in de tempelstad Lhasa verjaagd. Nu trekken de bedelmoniken rond. Want zo verspreiden godsdiensten zich over de wereld, op de vlucht na de aanvankelijke verstarring die volgt op hun geïnspireerde ontstaan. Soms knarst en kraakt en piept de heilige geest, soms hoor je haar suizen of fluiten.

    Toen ze naar hartelust hun mandala voltooid hadden, afgewisseld door dansen en beurtelings keelzang en klaroengeschal op het grasveld tussen de verbrokkelde muren van de resten van de pandgang van de abdij rond de oude kloostertuin, toen was het meditatieve monnikenwerk voltooid en kon het dus weer zoals gebruikelijk vernietigd worden. In het slotritueel riepen ze opnieuw goden en geesten en heiligen aan en ze zetten hun gele puntmutsen even op voordat ze het zand bijeenveegden en alle kleuren tezamen als een tot chaos vervallen regenboog in een vaas goten. De milieudienst van de stad Gent had in onuitsprekelijke wijsheid en zorg voor de bevolking geen toestemming gegeven het zand uit te strooien over de wateren van de Ganda, de samenvloeiing van de Leie in de Schelde, die als Westerschelde verder stroomt tot Antwerpen eerst en dan tot bij Westkapelle op Walcheren. De afsplitsing die Oosterschelde heet heeft ooit nog een ander heiligdom, de gallo-romeinse Nehalenia-tempel in haar diepten verdronken.

    Wat er met de vaas met zand van de tibetaanse monniken gebeurd is weet ik niet. Maar na afloop van de ceremonie – iedereen was weg – zag ik een man zich even buigen over het altaar, ik bedoel de schoongeveegde tafel waarop de mandala ontstaan en weer verdwenen was. Het leek alsof hij iets tussen duim en wijsvinger van de rechterhand beetpakte. Toen bracht hij de twee vingers naar de palm van zijn linkerhand. De toppen van zijn middelvinger, ringvinger en pink raakten hun linker tegenhangers. De duim en wijsvinger van zijn linkerhand vormden ook een cirkel, die een kleine hoek van twintig of dertig graden ongeveer vormde met de rechter wijsvinger en duim, die misschien nog steeds iets vasthielden.

    ‘Welke moedra is dat?’ vroeg ik de man. Je weet wat een moedra is: de gebaren van handen en vingers waarnee de Boeddha elementen van zijn leer symboliseerde. Wat de man nu deed leek nog het meest op de dharmachakra, die het in beweging zetten voorstelt van het wiel van de leer, ook het rad van de wet genoemd. Hij keek me aan alsof hij verbaasd was dat iemand zijn handgebaar had opgemerkt. Maar zonder aarzelen antwoordde hij: ‘ik geloof niet dat dit een kanonieke moedra is’. Hij liet zijn handen zien, nog steeds ongeveer met het gebaar van zonet. Maar de cirkel van de duim en wijsvinger van zijn linkerhand bestond niet meer, die twee vingers waren nu gestrekt. De wijsvinger en duim van de rechterhand die iets van de tafel hadden opgeraapt raakten bijna de geopende palm van zijn linkerhand. Hij legde uit: ‘er was nog een zandkorreltje blijven liggen. Kijk maar’. Hij opende de twee vingers om die laatste zandkorrel in de linkerhandpalm te deponeren. Samen keken we aandachtig in de palm van zijn hand. ‘Ik zie niets’, zei ik. Ik voelde me een beetje bedrogen. ‘Ik ook niet’, zei hij met een kleine lach. Hij bracht de toppen van duim en wijsvinger van de linkerhand weer naar elkaar toe en legde de zo gevormde cirkel tegen de weer gesloten cirkel van wijsvinger en duim van de rechterhand. Nu hield hij de beide vingercirkels voor zijn rechteroog en keek erdoor als door een verrekijker. ‘Als er niets in mijn handpalm te zien is’, zei hij, ‘dan kijk ik maar weer naar buiten’.

    Andreas Danekes