Historisch café Tom Bouman – August Balthazar, een familieverhaal

Geplaatst door op 13 januari 2015

bal10ZONDAG 1 FEBRUARI, 11.00-13.00u. Voor het eerste Historisch Café van 2015 hebben we beroep gedaan op een erudiete Buur van het eerste uur, historicus en oud-gouverneur Herman Balthazar. Vertrekkend van het boek dat hij samen met Nico Van Campenhout schreef (Twee Jonge Vlamingen in Den Grooten Oorlog. Oorlogsdagboeken en levensverhaal van de flaminganten August Balthazar en Leo Picard, Tielt, Lannoo, 2014) situeert Herman het verhaal van zijn grootoom in de wijken waarin zijn familie is opgegroeid: langs moederszijde het Spaans Kasteel tussen 1820 en 1890, langs vaderszijde Heirnis-Dampoort en Rabot tussen 1870 en 1914. Over August Balthazar vind je hieronder alvast een korte biografie.

Waar: Herberg Macharius, Voorhoutkaai 43+
Wanneer: zondagvoormiddag 1 februari, 11-13u
Toegang gratis

bal3

“August Balthazar werd te Gent geboren in 1893 en kwam uit een uit Wetteren afkomstig arbeidersgezin. Hij volgde middelbaar onderwijs te Gent en enkele leergangen aan de Universiteit van Gent. In 1909 engageerde hij zich in de Gentse socialistische beweging en kwam hij in dienst van de socialistische Volksdrukkerij. In 1913 werd hij propagandist van het blad Vooruit waarvan hij later bestuurder zou worden. Hij herstructureert de oude Volksdrukkerij en stuurt Vooruit letterlijk op nieuwe wegen, vooral met een moderne promotiecampagne (film over het dagblad Vooruit, 1933). Aanvankelijk behoorde hij tot de uitgesproken marxistische linkerzijde. Tijdens WOI kwam hij als krijgsgevangene in het kamp van Göttingen terecht, waar hij zich engageerde in het opzetten van socio-culturele activiteiten en geconfronteerd werd met de activistische propaganda. Hij kon er tevens gedurende één semester studeren, bij wijze van uitwisseling, aan de Zwitserse Universiteit. Hij werd geconfronteerd met activistische flamiganten, op bezoek in het kamp, onder meer A. Borms, en kreeg begrip voor hun motieven. Na de oorlog zou Balthazar in Gent een blitzcarière maken: in 1921 socialistisch gemeente- en provincieraadslid, in 1923 schepen van Gent, in 1925 volksvertegenwoordiger. Hij was commissaris en/of beheerder van 26 naamloze vennootschappen, onder andere: beheerder van de Bank van de Arbeid (BBA); beheerder van textielbedrijven FTR, Filsoietis, Sarga, Compagnie de Ruzizi; lid en voorzitter van de beheerraad van de Interkommunale Maatschappij voor Waterverdeling in Vlaanderen. Zijn ontslag als schepen van financiën in 1934 had rechtstreeks te maken met zijn functie als beheerder van de BBA. De katholieke en liberale oppositie was tegen de belegging van stadsgelden in de BBA. Hij moest in 1938 het pijnlijke dossier van de geleidelijke afbouw of liquidatie van het BBA-Imperium en de herstructurering van de Socialistische Maatschappij Vooruit via het Société Belge d’intérêts industriels et financiers (SBIFF) afhandelen. Hij profileerde zich als een Vlaamsgezind socialist. Hij nam deel aan een grote amnestiebetoging in Brussel (1937), was ondervoorzitter op het eerste Vlaamsch Socialistisch Congres (1937) en een prominent spreker op de socialistische Guldensporenviering in 1939. Sedert 25/3/1936 was hij lid van de gemengde Kommissie, belast met de studie van het vraagstuk van de landsverdediging. Vanaf 1938 was hij minister (eerst openbare werken, later sociale voorzorg). Hij vluchtte tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Londen waar hij deel uit maakt van de regering in ballingschap, zonder echt een eersterangsrol te spelen. Bij zijn terugkeer in 1944 kon hij zich niet aanpassen aan de gewijzigde machtsverhoudingen in de Gentse socialistische beweging. Hij werd onmiddellijk geconfronteerd met de jonge garde rond Anseele jr. die omringt met een verzetsaureool slechts misprijzen heeft voor de ‘Londenaar’. Balthazar trekt de deuren zonder veel strijd achter zich dicht, wordt geen lid van de nieuwe Belgische Werklieden Partij, en verdwijnt uit de actieve politiek. Hij verliet dan ook de actieve politiek.

bal7

Gust Balthazar was een duidelijk exponent van de marxistische jongerenstroming in de Gentse Belgische Werklieden Partij vóór 1914. In tegenstelling tot figuren als Bouchery en Vandemeulebroucke die in andere gewesten politiek heil moesten zoeken, kon hij zich handhaven in de schaduw van “vader” Anseele, geraakte geïntegreerd in de top van het “Gentse systeem” en werd zelfs de uitgesproken poulain van Anseele. Te noteren vallen wel zijn standpunten ten over staande de Vlaamse beweging, waarbij hij in groeiende mate autonoom kwam te staan tegenover zijn oude leermeester. Zijn politiek tragiek ligt in zijn verwijdering uit Gent door omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog, wat het latente conflict met Anseele jr. aan de oppervlakte bracht (Edward Anseele jr. heeft zijn gedwongen “solidair” ontslag als schepen in 1934 niet geheel verteerd, en heeft zich trouwens nooit in de ’30 jaren echt kunnen neerleggen bij de rol van tweede in bevel). De Gentse federatie, al te lang door één figuur gedomineerd, was in 1944 niet rijp voor een tweehoofdige, laat staan collegiale leiding. ”

(bron: Luc Peiren in ODIS, klik hier voor de volledige biografische fiche)
(afbeeldingen @ Amsab-ISG)

bal9

Reacties zijn gesloten.