Herbestemmingen van de Sint-Baafsabdij

Geplaatst door op 1 november 2007

Van 26 tot 28 september 2007 vond er in Leuven een colloquium plaats over de betekenis van sacrale plaatsen: “Loci sacri. Sacrale plaatsen en hun geheimen.” Het paste in het Europese project “Herbestemming van Religieus Erfgoed”. De vroegere Sint-Baafsabdij in de Machariuswijk is voor Gent een typisch voorbeeld van een ‘locus sacer’. De ruiïne is voor de lokale gemeenschap overduidelijk een plek van collectieve herkenning en herinnering. Ze verdient zorg en respect, die onder meer tot uiting komen in het nadenken over de herbestemming van dit religieuze erfgoed.

Bij herbestemming denken we nogal spontaan aan onze eigen tijd, b.v. wat we gaan aanvangen met de zoveelste leegstaande kerk of het zoveelste leegstaande klooster. Herbestemming is echter een veel ouder fenomeen. Ook in het verleden hebben mensen bepaalde locaties, sites, landschappen, gebouwen etc. nieuwe bestemmingen gegeven. De ruÏnes van de Sint-Baafsabdij zijn een goed voorbeeld om dit te illustreren.

De heilige Amandus zelf, de stichter van de abdij, gaf al in de 7de eeuw een herbestemming aan de plek bij de samenvloeiing van Leie en Schelde. Tegen de zin van de meerderheid van de bevolking, die zich daar op een zandige ophoging had gevestigd, maakte hij van de plek een sacrale plaats door er een kerkje op te richten,dat wellicht nog tijdens dezelfde eeuw uitgroeide tot een klooster en later tot een abdij. Van hieruit zou de hele streek gekerstend worden.

Maar vooral in 879/880 dachten de Vikingen, lieden met een sterke handelsgeest en een boeiende cultuur, aan een heel andere bestemming. Op die intussen sacrale plaats sloegen ze een militair kamp op. Bovendien sloegen ze de hele inboedel aan diggelen en staken ze de abdij in brand. Hun iconoclastische daad betekende bijna het einde van de toen al zeer bekende en door pelgrims veel bezochte abdij. Dit soort daden van bewuste vernietiging van sacraal-symbolische plaatsen zijn in de geschiedenis schering en inslag geweest.

Na een gedwongen langdurig verblijf in Noord-Frankrijk slaagde de teruggekeerde kloostergemeenschap er in de 10de eeuw moeizaam in de traditie van sacrale plaats te herstellen. Van dan af leefde er eeuwenlang een religieuze gemeenschap van benedictijnermonniken onder de leiding van een abt volgens de aloude Regula Benedicti. Die gemeenschap liet ons een indrukwekkend patrimonium na van handschriften, boeken, schilderijen, beeldhouwwerken, metalen voorwerpen en liturgische gewaden. De meest tastbare en zichtbare restanten in de wijk zijn echter de sprekende ruïnes van een typische monastieke architectuur, ondanks de totale afbraak van de Ottoonse (romaanse) vijfbeukige kerk, die nu wordt opgeroepen door de aangeplante haagbeuken.

Daarmee zijn we aanbeland bij een volgende, dit keer nefaste herbestemming van de ondertussen eeuwenoude sacrale plaats. In 1540 werd de abdij het slachtoffer van een bestraffingsmaatregel van KarelV tegen zijn geboortestad. Om Gent definitief aan zijn gezag te onderwerpen besliste hij om op de plaats van de oude abdij een dwangburcht te bouwen: het Nieuw Kasteel, later meestal Spanjaardenkasteel genoemd. Als gevolg hiervan vielen grote delen van de abdij onder de slopershamer. De prachtige refter bleef gespaard omdat hij herbestemd werd als kapel voor de Spaanse garnizoensoldaten.

Het was de Oostenrijkse keizer Jozef II die in feite het startsein gaf voor alweer een nieuwe bestemming. In 1781 beval hij de ontmanteling van de vesting, maar het zou nog meer dan een halve eeuw duren vooraleer de meeste bovengrondse sporen waren uitgewist. In die periode degradeerden de abdijresten, die staatseigendom waren, meer en meer. Nog een halve eeuw later kwam hierin verandering toen de Belgische staat de abdijresten in 1887 aan de stad Gent schonk, op voorwaarde dat ze een nieuwe bestemming kregen: ze zouden een museum moeten herbergen. Sindsdien herbergt dit Museum voor Stenen Voorwerpen tientallen grafstenen en vele andere stenen sculpturen.

De hele sacrale site bleef sindsdien echter weggestopt achter slachthuis en veemarkt, die het wijkbeeld toen al volledig bepaalden. De sluiting en sloping van het slachthuis en het verdwijnen van de veemarkt ca.1990 en de opwaardering van de hele buurt openden nieuwe perspectieven. De buurt kwam weer tot leven, maar de abdijsite zelf bleef meestal dicht. Vanaf 2007 bracht de werkgroep Buren van de Abdij , bestaande uit buurtbewoners, hierin verandering in samenwerking met de Dienst Monumentenzorg. Dit jaar hielden vrijwilligers de abdij gedurende vijftien zondagen open voor buurtbewoners en bezoekers. Velen waren (zie b.v. het gastenboek) onder de indruk van deze voor Gent cultuurhistorisch uitzonderlijke locatie en prezen het initiatief. Daarmee is een enthousiaste aanzet gegeven voor een zoveelste herbestemming van deze sacrale plek. Hopelijk is nu het aloude gevaar van iconoclasme, niet langer in de zin van het opzettelijk vernietigen van deze symboolplaats zoals door de Noormannen en KarelV, maar in de zin van ergerlijke nalatigheid en onbetrokkenheid, definitief bezworen.

Marc Hanson voor Buren van de Abdij

 

Reacties zijn gesloten.