Bijenorchis in de tuin van de St-Baafsabdij

Geplaatst door op 15 juni 2020

De afgelopen maanden bevond Gent zich in een sociale en economische lockdown… alles stond schijnbaar stil… Maar niet de natuur! Tijdens de lange sluiting ontloken meer dan zeventig bijenorchis’.

Deze in Vlaanderen zeldzame orchidee is een nieuwe verrijking van de al vrij grote en originele biodiversiteit van de abdijtuin. Jullie kunnen deze bloemenpracht vanaf 20 juni met eigen ogen komen bekijken… De poorten staan open tussen 14:00 en 18:00.

De Buren willen die plantenrijkdom beter in kaart brengen. Wie ons daarbij kan helpen, is zeer welkom. Heb je goesting en tijd om je te vervoegen bij ons abdijtuin-team? Mail naar info@burenvandeabdij.be.

Deskundige Hugo Vinck schreef naar aanleiding van zijn bezoek aan de abdijtuin een verslag. Hieronder een aantal fragmenten hieruit.

Reeds 3 jaar geleden (juni 2017) werd een exemplaar van de Bijenorchis gespot op de binnentuin van de St-Baafsabdij te Gent. Deze waarneming werd twee jaar nadien bevestigd. Hoeveel planten aanwezig waren en hoe lang deze populatie zich al stand kan houden, is niet bekend.

Op de binnentuin ( 25 x 25 m ) bevindt zich een schraal grasland met veel Smalle Weegbree en afgezoomd met struiken. Hoge oude muren van de abdij omringen deze tuin. Door de omsluiting met de ruïnes heerst hier een microklimaat waarin de Bijenorchissen goed gedijen. Ongeveer 70 bloeiende exemplaren ( 10 – 30 cm hoog) werden in het schrale grasveld teruggevonden. Op andere stukken van de tuin werden geen orchissen teruggevonden. In een aangrenzend perceel zijn twee bijenkasten.


De Bijenorchis behoort tot de soort Ophrys ( Spiegelorchis) die deel uitmaakt van een zeer grote familie de Orchidaceae. Meer dan 25000 soorten Orchidaceae leven onder allerlei verschillende omstandigheden , in Europa zijn 130 soorten gekend. Deze grote variatie in levenswijze en habitat verklaart de enorme diversiteit in deze soorten. Bij de Ophrys-orchideeën vallen twee kenmerken op : de grote min of meer behaarde lip en het ontbreken van een spoor. Kleine papillen op de lip produceren sferomonen die specifieke mannelijke insecten lokken. Deze geurstoffen en de fysieke gelijkenis tussen bloem en vrouwelijk insect (mimicry) zullen een mannetje aanzetten tot paren. Tijdens deze actie worden polliniën (stuifmeelklompjes) op de kop van het mannetje afgezet.

De enige Ophrys-soort die bijna niet door insecten wordt bestoven is de O. Apifera. De Bijenorchis is een autogaam, een zelfbestuiver. De soort erft dus enkel eigen genen en vertoont weinig morfologische variaties. Deze inteelt zorgt voor overname van bepaalde gebreken wat kan leiden tot ongewone vormen, tekeningen of bloembouw.

Een uitgebreide populatie heeft zich op de Sint-Baafssite gevestigd . De planten vertonen een uniform beeld met de typische kenmerken voor de soort. De soort heeft een voorkeur voor nieuwe groeiplaatsen: wegbermen, braakliggende terreinen. De planten staan graag op warme droge schrale plaatsen. Onder ideale omstandigheden en weinig verstoring kunnen zij binnen enkele jaren grote populaties vormen.

De plant wordt 20 tot 50 cm hoog, met rechte stengel. Blad: lichtgroen, lancetvormig, los aan stengel. De bloemen zijn losbloemig ingeplant . De bloem is ongeveer 2 cm. De sepalen zijn licht- tot donkerroze en afstaand. De petalen zijn kort, geliggroen en behaard. De lip is vrij groot, sterk gebogen en bootst de fysionomie van een bij na: bruin met lichtere tekeningen. De zijlobben zijn driehoekig en de buitenzijde is sterk behaard. De appendix is teruggeslagen. De spiegels zijn gelijkaardig afgetekend. Twee speudo-ogen aanwezig. De bloemen bloeien van eind mei tot begin juli. Op de locatie in Gent zag ik geen variaties die kunnen wijzen op genetische afwijkingen maar een grondiger onderzoek is hiervoor noodzakelijk.

Het beheer van het desbetreffende perceel is afhankelijk van het beoogde doel. Kunnen hier activiteiten ingericht worden? De Bijenorchis, zoals alle orchideeën in België, is beschermd en hun biotopen moeten behouden blijven. De locatie lijkt bijzonder geschikt voor deze soort en moet dus behouden blijven. Er kan slechts gemaaid worden na een goede zaadvorming ( niet voor 15 juli aan te raden). Maaien en afvoeren van maaisel is noodzakelijk voor schraal houden van perceel en verdichting van bodembedekking tegen te gaan.

Reacties zijn gesloten.